Wat is een taalontwikkelingsstoornis?

Goed leren praten begint in de wieg. Dit is voor veel mensen nieuw. Een kind begint rond negen maanden met natuurlijke gebaren en klanken duidelijk te maken wat hij bedoelt. Enkele maanden later verschijnen de eerste woorden. Toch is het kind al vanaf de geboorte bezig zich voor te bereiden op het gebruiken van taal.

De taal van een kind kun je op verschillende manieren beluisteren. Zo kun je letten op de woorden die hij begrijpt, kent en gebruikt en of hij verbanden kan leggen (taalinhoud).

Maar ook de zinsbouw in zijn verhalen zeggen iets over de taal van een kind. En of hij langere, ingewikkelder zinnen begrijpt (taalvorm).

Verder kun je kijken naar hoe je kind rekening houdt met de ander in zijn verhalen, hoe begrijpt en hanteert hij de regels van communicatie (taalgebruik).

Men spreekt van een vertraagde taalontwikkeling wanneer een jong kind voor wat betreft zijn taalinhoud, taalvorm en/of taalgebruik duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes.

Een vertraging in de taalontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.

Een zeer goede website voor meer informatie over de taalontwikkeling van uw kind is Kind en Taal. Hier vindt u tevens een test, die u een eerste indruk geeft van de taalontwikkeling van uw kind.

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt uitgebreid de taalontwikkeling van uw kind. Daarbij wordt ondermeer gebruik gemaakt van gestandaardiseerde testen. Verder onderzoek en eventueel behandeling door een kinderarts of kno-arts kan nodig zijn.

De logopedische behandeling is indirect en/of direct. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind tot spreken kunnen stimuleren. Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist traint het taalbegrip en verbetert het luistergedrag, er wordt gewerkt aan de woordenschat, de zinsbouw en de uitspraak. Bij kinderen die nog niet of nauwelijks spreken krijgen de voorwaarden om tot spreken te komen aandacht: het gebruiken van taal voor een bepaald doel, het imiteren van een ander, het oogcontact, het nemen van beurten. De ouders of verzorgers worden zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken.

In de therapie wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind, de eventuele bijkomende problemen en de mogelijkheden in de omgeving van het kind.

Het resultaat van de behandeling hangt onder andere af van de oorzaak van de vertraagde ontwikkeling. In het algemeen geldt dat een vertraagde taalontwikkeling goed te behandelen is, zeker als de problemen al op jonge leeftijd onderkend worden. Al voor hun tweede jaar kunnen kinderen bij de logopedist terecht.

Het onderzoek en de behandeling van een vertraagde taalontwikkeling worden in de regel door de zorgverzekeraars vergoed, na verwijzing door huisarts of medisch specialist.